|
VERSLAGEN VOORJAAR 2010
ALGEMEEN
Deze keer moeten wij helaas afscheid nemen van Ruud Kuijer, die na vele jaren van havenzending nu een andere richting gaat. We bedanken Ruud heel hartelijk voor zijn inzet en collegialiteit. Hij heeft in de afgelopen jaren veel voor ons betekend. We wensen hem graag alle goeds in zijn nieuwe werkkring.
ROTTERDAM
Hartelijk gegroet uit Oude Tonge, of liever gezegd uit Rotterdam. Dit bericht schrijf ik met zeer gemengde gevoelens. Het zal in principe onze laatste bijdrage zijn aan het Havenlichtnieuws. Na ruim 9 jaar is er een einde gekomen aan onze taak in de havens van Rotterdam. We ervaren dat God ons opnieuw weer een andere kant heeft geleid. We weten dat het goed is maar tegelijkertijd doet het me zeer om al de mensen die ik heb leren kennen in de afgelopen jaren te moeten missen.
Vorige week was ik op een schip, de Western Trader, een boot waar ik al jaren op kom, waar vriendschappen zijn ontstaan. Ik was er dus voor de laatste keer op en ik merkte bij mezelf dat ik de tijd zat te rekken. Ik wilde eigenlijk niet opstaan, handen schudden, iemand omhelzen en uiteindelijk voor het laatst de gangway aflopen. Toch moest het. Eddy, een Filipino gaf me een hug en zei: bedankt vriend wat je voor ons gedaan hebt al die jaren. Mijn antwoord was: dank jullie ook voor wat ik van jullie heb mogen leren. Jullie gastvrijheid aan boord, de maaltijden etc.
Ik denk dat ik nu wel wat gewicht zal kwijtraken want sinds mijn start ben ik ruim 12 kilo aangekomen. Allemaal hun schuld, die zeelui die je altijd maar uitnodigen om te blijven eten.
We hebben veel lectuur mogen uitdelen, dozen vol. Boeken die mensen mee naar huis genomen hebben. Pas was ik nog op een schip uit een gesloten moslimland en ontmoette daar iemand die ik een aantal jaren daarvoor ook had gesproken op een ander schip van dezelfde rederij. He, Father, zei hij, wat ben ik blij u te zien. Uw boeken staan bij ons in de kast en we hebben ze gelezen. Wauw, dacht ik bij mezelf. Wat is de Heere God goed dat Hij me na een lange tijd laat zien wat er met het materiaal gebeurd is. Het is zomaar in dat vreselijk moeilijke land gekomen. Wat een voorrecht heb ik gehad om een schakeltje te mogen zijn.
Een andere keer had ik kleine folders uitgedeeld en één ging over schepping of evolutie. De zeeman, een christen, had dit naar huis gestuurd en zijn zoontje had het aan de juf op school laten zien. De juf had vervolgens het traktaat behandeld in de klas. Hoe vinden jullie dit nu! Verbazingwekkend hoe God werkt. En ik hoor een hele tijd niets en na een lange tijd ontmoet ik de zeeman weer en hij vertelde me dit. Wat een ootmoedige dankbaarheid komt er dan in je op. God heeft het gedaan!
Ik denk nu ook aan de keren dat we de mensen hebben mogen bemoedigen over hun huwelijken. Alweer door boeken en DVD´s met een duidelijke boodschap hebben ze kunnen zien hoe de Heere denkt over het huwelijk en gezin. Sommige verhalen breken je hart en dan mag je toch een wegwijzer zijn. Niet naar de Havenzending of naar jezelf maar naar Jezus Christus als de Bron van het Ware Leven.
Ik weet dat er veel vooroordelen zijn over zeelui. Zeelui zijn dit of dat, maar ik heb het voorrecht gehad te ervaren dat het vaak grote onzin is wat ze lopen rondbazuinen over deze mannen, die een enorm offer brengen om hun familie te helpen vooruit te komen in het leven. Hun verlangen is goed onderwijs, goede behuizing, medische verzorging voor een zieke ouder etc. Daarvoor zijn ze gemiddeld 10 maanden tot één jaar aan boord. We hebben respect en liefde gekregen voor deze vergeten groep mensen.
We zijn blij dat we het werk hebben mogen overdragen aan een jong, gemotiveerd echtpaar uit Duitsland. Zij zullen zich nu inzetten voor de havens van Rotterdam. Ze zullen uw gebed en medeleven zeer op prijs stellen. Ongetwijfeld zult u in toekomstige edities van het Havenlichtnieuws een bijdrage gaan vinden. Misschien heeft u het op uw hart om ze een kaartje ter bemoediging te sturen, een welkom. Nou dat kan natuurlijk.
Hun adres is: Felix en Kerstin Henrichs, Voorstraat 13, 3251 BB Stellendam. Ze zullen dat echt fijn vinden.
We wensen u Gods zegen op de plaats waar Hij u gesteld heeft. Ruud en Henny Kuijer
AMSTERDAM en MALTA (!)
Timo (onze jongste zoon) en ik bezochten een kolossaal bulk-vrachtschip met een Taiwanese kapitein en verder een bemanning uit China. Wat een hartelijk ontvangst kregen wij van de kapitein! Hij schonk eindeloos thee voor ons bij, in zijn kajuit. En toen wij enthousiast reageerden op zijn vraag of wij die thee lekker vonden, gaf hij ons elk een theegeschenk-pakket met zes blikjes thee er in.
We hadden toen ook kerstpakketten bij ons en de bemanning wist niet wat hun overkwam toen ze de inhoud van deze dozen zagen! Inclusief diverse Chinese lectuur. Tevens kreeg iedereen die daar was nog een Chinese bijbel. Ze werden volledig door de bijbel in beslag genomen, gingen direct er in lezen, en hielden niet meer op met lezen! Je zou een speld kunnen horen vallen, ware het niet, dat de scheepsmotoren en de ventilatie de stilte overstemden. Was dat de eerste keer dat ze een bijbel in handen hadden?
Laten we vooral die flessenscheepjes niet te vergeten. We hebben daar twee van Gerrit Huisman's creaties achter gelaten. En reken maar, ze waren daar in goede handen!
Verder was ik dit voorjaar met Yvonne samen een paar dagen op Malta. Ik werd uitgenodigd om samen met George en Freddy van the MMM (Maritime Ministries of Malta) op een avond mee te gaan naar schepen in één van de havens op het eiland.
Het eerste schip stond op het punt van vertrek, men had geen tijd dus we verlieten snel het schip. Bij het verlaten riep één van de Filippijnse zeemannen waarom hij geen lectuur had gekregen, dus werden aan hem en aan anderen enkele boekjes overhandigd.
Het andere schip, dat iets verder op lag, ontmoetten we eveneens Filippijnse zeemannen. Het evangelie werd aan drie van hen in de kantine op een heldere manier uitgelegd en ze reageerden goed op wat zij hoorden. De Here Jezus was duidelijk het middelpunt van de avond. De openheid van deze mannen en hun verlangen om meer te horen was zichtbaar aanwezig. Op beide schepen werd als afsluiting met deze zeevarenden gebeden.
De havenwerkers in Malta vormen een geweldig en toegewijd team samen en het was fijn om een keer met hen op te trekken.
Theo en Yvonne van Zuilekom
EEMSHAVEN/DELFZIJL
Er lag maar één schip in de Eemshaven. Aan boord had ik even contact met de kapitein. Ik vroeg wat voor bemanning hij aan boord had, waarop hij mij antwoordde: Filippijnen, 3 Polen, 1 Hongaar, 4 Britten, en 12 Noren. In de keuken ontmoette ik twee Filippijnse koks, en een Noor. Ze vertelden mij, dat zij ook christen waren, en wij hebben een erg leuk gesprek met elkaar gehad. Toen ik hun Bijbels en kleren gaf, pakte een Filippijn direct een Bijbel, en begon er in te lezen, wat mij erg veel vreugde gaf.
Tevens werd ik uitgenodigd door de kapitein om met hun mee te eten, wat erg leuk was. Aan tafel had ik een gesprek met een Filippijn, die ook christen was. Ook met de kapitein heb ik aan tafel een leuk gesprek gehad. Hij was vriendelijk, maar het evangelie deed hem niet zoveel. Jammer dan.
Ook in Delfzijl lag maar één schip. Bij een van de bemannings-leden merkte ik direct al dat hij niet zo belangstelling had voor de lectuur die ik hem aanbood. Zonder er verder over na te denken, ging ik met een blij gezicht terug om toch Bijbels en lectuur en kleding op te halen. Toen ik weer bij het schip aankwam, was die persoon ineens daar niet meer, en kwamen er twee Filippijnen aanlopen die mij van harte uitnodigden. Zij waren erg blij met de Bijbels en kleding. Ze vroegen mij of ik lust had aan een kop koffie. Daar beneden was een Filippijn wiens naam was James, die het erg moeilijk had, en ik heb een lang gesprek met hem gehad. Ik vertelde hem van Jezus.
Maar zo zie je, hoe God dan de dingen bijzonder leid.
Luuk Hamminga
CRUISESCHEPEN AMSTERDAM
Vooral rond de feestdagen zijn zeelui gevoelig voor persoonlijke aandacht. De meesten kunnen dan niet naar huis en beseffen dat zij deze familiedagen bij uitstek op zee of in een buitenlandse haven zullen doorbrengen. De bezoekjes van een Port Chaplain met Bijbels en geestelijke lectuur worden dan op prijs gesteld. De mutsen, sjaals en andere warme kledingstukken worden graag aangenomen door de vaak kleumende bemanningsleden van tropische origine. Alleen al in de maand december hebben Anneke en ik 17 schepen kunnen bezoeken.
Hieronder enkele ervaringen.
In de Hoogovenhaven ligt een grote bulkcarrier, 300 m lang, 50 m breed. De crew bestaat uit Philippino’s, de officieren zijn Indiërs. Wij reiken 12 Nieuw Testamenten, plus Brieven voor Jou en Daily Strength dagboekjes in het Tagalog uit. De Indiase 2e stuurman, de enige zonder tulband op z’n hoofd, zegt christen te zijn. Hij krijgt een NIV-bijbel, een Daily Strength boekje en een Letter for You en neemt alles dankbaar aan. Anneke verdeelt de meegenomen kleding in de messroom. Ondertussen ontmoet ik aan dek een Europees uitziende man, tussen de 40 en 50, klein van stuk, gekleed in een eenvoudige fleecetrui en een soort werkbroek. Op dit soort schepen is er meestal weinig uiterlijk vertoon van rangen en standen. Maar sommige mensen hebben een bepaalde uitstraling. Ik vermoed dat ik de 1e stuurman voor mij heb, maar hij vertelt mij kalmpjes dat hij de kapitein is. Desgevraagd blijkt zijn nationaliteit de Israëlische te zijn. Die kom ik niet vaak tegen op schepen. Ik bied hem een flessenscheepje aan en wijs hem op de tekst: ”May God keep you and bless you”. Hij reageert met: Dat is mijn God niet! Ik antwoord hem dat de God die hier wordt bedoeld, de God is die ik persoonlijk dien, die ook de God van Israel is. De kapitein is het er niet mee eens. ”I’m a non-religious person”. Hij vertelt dat hij niet kan aannemen dat er een God bestaat en dat indien die wel zou bestaan en vervolgens de ”God van Israel” zou zijn, zomaar zou toelaten dat er ruim 6.000.000 van Zijn uitverkoren volk werden uitgemoord. Op dat moment weet ik niets anders te zeggen dan: “Ik denk, dat ik u begrijp…” ’t Zal maar over je eigen familie gaan…. Niettemin konden wij getuigen zijn van onze God en Vader en zijn Zoon, Jeshua Messiach.
In de Beverwijkse haven en die van Velsen Noord, liggen zeer frequent koel-/vriesschepen, vaak met Russische bemanningen. Meestal worden wij aan boord van die schepen gastvrij ontvangen. Er bevinden zich vrij veel christenen onder Russische zeelui. Rond de jaarwisseling krijg ik op mijn verzoek toestemming van de havenautoriteiten om te allen tijde de schepen die deze havens aandoen te bezoeken. Dat is wel bijzonder en vergemakkelijkt ons werk aanzienlijk. Dank U wel Heer!
In Beverwijk bezoeken wij een Russische fishcarrier. De kapitein komt uit Wladiwostok, de meest oostelijke havenstad in Siberië, aan de Japanse Zee, hij is een gelovige man. Hij wijst op zijn borstbeen: “Jesus is here”. Dat is mooi! Ik bid voor hem en zijn vrouw aan de andere kant van de wereld. Wanneer ik opkijk van mijn gebed, zie ik een dikke traan over zijn wang rollen. Hij geneert zich een beetje, gezagvoerders huilen niet. Wij geven hem een flessenscheepje: May God keep you and bless you!
Een koelschip geregistreerd in Willemstad, Curaçao. Ik vraag de wachtsman naar de nationaliteit van de bemanning: “Allemaal Russen, behalve de 1e stuurman, hij is een Deen, kijk daar staat hij”. Ik spreek hem aan in het Engels, ik bespeur een Hollands accent, en inderdaad blijkt hij een Nederlander te zijn. Hij kijkt naar de letters PORT CHAPLAIN op mijn veiligheidshelm, kijkt zuinig en zegt weinig tijd te hebben, hoogstens twee minuten.
Wanneer ik hem vertel dat ik uit ervaring begrip heb voor zijn grote werkdruk als chief officer van een zeeschip in lading, draait hij bij. ”Oh, daar heb je een punt. Met jou kan ik praten, kom binnen!” Een half uur later zitten we nog gezellig aan de koffie. Wát twee minuten? Het valt niet mee, maanden lang tussen alleen maar Russen. Wij geven hem Russische Johannes evangelies en Brieven voor Jou voor de crew. Een bananendoos met warme kleding blijft achter aan boord. Ik vertel de stuurman dat ik in de eerste plaats Jezus aan boord wil brengen, de Zoon van God, de Redder van de wereld. Hij knikt en zegt: Mijn vader was predikant, ik weet er alles van, maar het staat bij mij allemaal op een laag pitje. Hij krijgt een Nederlandse kalender voor in zijn hut. Ook met enkele eenvoudige teksten kan God wonderen doen!
Een Maleisische bulkcarrier heeft een Chinese bemanning. Anneke deelt vele gewassen en gestreken kledingstukken uit. De messroom wordt een grote paskamer. De 3e stuurman vertelt dat zijn moeder christin is, zij woont in de buurt van Peking en is de enige volgeling van Jezus in zijn hele familie. Hij ziet een Chinese bijbel in mijn tas, een heel mooi exemplaar, leer met goud op snee en vraagt of hij die mag hebben om aan z’n moeder te geven. Ik twijfel en zeg hem dat de bijbel eigenlijk bedoeld is om aan zeelui te geven, niet aan bijv. moeders. Hij zegt dat te begrijpen en dringt niet verder aan.
Terwijl Anneke en ik van de kade wegrijden naar een ander schip, vertel ik haar over de Chinese bijbel. “Ben je nou helemaal! Kom op, we gaan terug en we geven hem aan die Chinese stuurman om hem aan z’n moeder te geven!”
Terug aan boord loop ik hem in een van de gangen tegen het lijf. Hij kijkt verbaasd, dat ik er nog steeds ben. Ik vertel hem de reactie van mijn vrouw, geef hem alsnog de bijbel en vraag hem om er zelf in te gaan lezen zolang hij hem nog heeft. Dat belooft hij. Anneke en ik bidden dagelijks voor hem, dat hij de Here Jezus zal vinden in zijn moeders’ bijbel, voordat hij hem afgeeft.
In Velsen Noord ligt een aftandse Russische fishcarrier. Ik klim aan boord. Anneke bidt in de auto. Aan dek staan enkele zeelui. Wanneer ik ze benader, helm op - tas in de hand, verdwijnen de meesten snel naar binnen en trekken de waterdichte deur stevig achter zich dicht. Aan de overblijvende matroos aan dek vertel ik wat ik kom doen. Hij kijkt mij misprijzend aan, leunend op de railing, en maakt mij duidelijk dat ik niet welkom ben. Tsja, ik kan ze niet dwingen en klim weer naar beneden. Jammer…
Per e-mail bedankt de Philippijnse 3e stuurman voor de bemoediging van twee maanden geleden. Zijn schip laadt op dat moment erts in Noord Canada, bestemd voor de Corus-vestiging in Wales. Hij zegt ook blij te zijn met zijn warme jas. Zoiets werkt voor ons ook erg bemoedigend.
De Passagiers Terminal Amsterdam heeft inmiddels haar cruise-schepenschema voor het seizoen 2010 gepubliceerd. Wij kunnen weer plannen maken om deze schepen te bezoeken, ofwel daadwerkelijk aan boord, of gesprekjes aan te knopen met schepelingen op de kade.
Wij bidden dat wij ook dit jaar de bemanningen van dit soort schepen met de Jezus Christus in contact kunnen brengen.
Jan & Anneke Best
DORDRECHT/MOERDIJK
Na een vorstperiode met gladde wegen en na een griepaanval er eind januari 2010 weer op uitgetrokken. Ik reed eerst naar de haven in Moerdijk. Via de computer had ik vernomen, dat daar een zeeschip lag met Russische bemanning. Ik was aangemeld, want het schip bevond zich achter het beruchte ijzeren hek. Ik kon gemakkelijk aan boord komen en een jonge zeeman bracht mij bij de kapitein. De ontvangst was heel vriendelijk en ik kon sjaals en mutsen aanbieden en ook Russische kalenders.
Ondertussen haalde ik de Russische Bijbel voor de dag en ik liet de kapitein Job 28:28 lezen over de vreze des Heren. Hij was het daar helemaal mee eens. In het gesprek zei ik, dat er wel veel kerken zijn, maar dat de Here Jezus echter de hoofdzaak is, zoals blijkt uit Johannes 14:6, dat is de tekst, die ik hem voorlas. Daarna sloeg ik Romeinen 10:9 op en liet hem dit lezen, wat hij hardop deed: "Want indien u met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is en als u met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u behouden worden". Ook de Eerste Stuurman was bij dit gesprek aanwezig. Voordat ik afscheid nam, schreef hij in mijn notitieboekje (in het Russisch uiteraard): "Uw werk is hard nodig voor ons, zeelieden, aangezien het leven op zee heel moeilijk is!" In het begin had hij gevraagd wat ik wilde drinken en op mijn verzoek kreeg ik bronwater. Toen zei ik: Hier heb ik voor u een boekje, getiteld "Levend Water". Dat was het Johannes-Evangelie waarin hij even zat te lezen. Tenslotte kreeg ik zijn adres en ik beloofde hem te schrijven over zeelieden in de Bijbel.
Na dit bemoedigende contact kwam ik op een schip met een bemanning van 6 Russen, maar de kapitein kwam uit Polen. Ook hier was de ontvangst vriendelijk en ik had een kort gesprek met de kapitein. Ik kon Russische kalenders afgeven en Poolse lectuur voor de Master. Ook van hem kreeg ik zijn adres en ik beloofde in het Pools het gedeelte over zeelieden uit de Bijbel te schrijven. Hierna liep ik met mijn tassen naar een schip wat verderop in de haven. Tot mijn verbazing bestond de bemanning van dit schip eveneens uit Russen en Oekrainers. Hier werd ik door de kok onthaald op een overvolle mok sterke koffie met veel melk. Even later kwam hij met een Russisch broodje, dat hij net had gebakken. Hij presenteerde het met gepaste trots, het was nog gloeiend heet. De Russische kalenders vonden gretig aftrek. Er was een 7-koppige bemanning. In het Johannes-Evangelie zat de kok intussen te lezen. Ik gaf de mannen ook "Een Brief voor jou" in de Russische taal waarvan ik 7 exemplaren ter beschikking stelde. De kok woont in de buurt van St. Petersburg en ik zal hem ook schrijven, want hij was welwillend.
Daarna begaf ik mij uit Moerdijk naar de haven in Dordrecht. De medewerker daar, Robbert van Rooyen, zei dat er een zeeschip lag in het zogenaamde Mallegat met Nederlanders en Filippino's aan boord. Nadat ik de gangway van het hoge schip opgeklommen was, kwam ik al gauw in aanraking met een Filippino. Het schip heette "Dependent" en was afkomstig uit Geldermalsen. Ik liep in de richting van de messroom, waar een dame en twee kinderen aanwezig waren. Twee Filippino's vroegen om telefoonkaarten. Terwijl ik die opzocht en ook Engelse kalenders, verscheen even later de Nederlandse kapitein, wiens vrouw dus al zat te wachten. De bemanning bestond dus uit enige Hollanders, een Rus als mecanicien en vijf Filippino's. De kapitein bleek een christen te zijn, hij is lid van de PKN. Behalve zijn adres gaf hij mij ook zijn e-mail en ik beloofde hem te schrijven over zeelieden in de Bijbel. Ik nam afscheid van het schippersgezin toen zij aan tafel gingen, zodat ik hun 'smakelijk eten' wenste. Het was intussen kwart voor zes geworden en ik spoedde mij naar huis.
Begin februari reed ik naar Moerdijk bij zonnig maar koud weer, het was 7 graden onder nul. Bij de Graanweg ontdekte ik twee schepen. Allereerst was ik op M/V Zara, die zout lag te lossen. De vrachtwagens reden af en aan waardoor het ijzeren hek bleef openstaan. Het was een drukte van belang op dit schip. De kapitein stuurde mij naar de messroom, want iedereen was aan het werk. Aan een jonge zeeman gaf hij opdracht mij te begeleiden. Ik gaf dus voor de bemanning van 8 Russen kalenders af en lectuur in de vorm van Johannes-evangelien.
Het tweede schip was de Arklow Rose, die lag schroot te laden. Er waren twee Russen en vier Filippino's aan boord. Ik moest via een tussenliggend Nederlands schip en een touwladder aan boord van de Arklow Rose komen. De Russische en de Engelse kalenders werden dankbaar aangenomen. Ook mocht ik nog een Tagalog-Bijbel verschaffen. Een Filippino gaf mij nog zijn adres voor schriftelijk contact en hij gaf mijn lectuurtas aan, toen ik de touwladder verlaten had bij het afscheid. Vlak voordat ik de wal wilde opstappen, gleed ik uit op een gladde plek en smakte achterover terug in het schip. Ik dacht na de dreun, dat mijn bril kapot was, maar het montuur was in mijn neus gedrongen, waardoor die werd beschadigd. Verder was alles in orde en ik kroop met behulp van twee mannen weer op de kant. Er waren alleen pijnlijke plekken op mijn lichaam. Direct daarna gaf ik een douanebeambte een tractaat, getiteld "God bestaat". Hij nam het aan en zei "Zeker weten, en u bent er ook nog!" Wel had ik er een gekneusde rib aan overgehouden. Zodoende reed ik weer met mijn auto verder en dankte God voor Zijn hulp en bewaring op dat kritieke moment!
Ik had telefonisch vernomen, dat in Dordrecht ook schepen lagen. Daarom reed ik naar de Dordtse Zeehaven waar ik een schip aantrof, de "Tingo", die een Filippijnse bemanning had met enige Russen. Daar deelde ik mutsen en balpennen uit en de nodige lectuur. Behalve koffie, boden zij mij nog een maaltijd aan, doch daarvoor bedankte ik met de opmerking: neen, ik ga straks naar huis en daar zit mijn vrouw met eten op mij te wachten. Ik ging weer de gangway van 30 treden af naar een andere boot, de "Catalina" met een bemanning van Filippino's, Roemenen en enige Russen. In de messroom deelde ik Engelse en Russische kalenders uit en de nodige lectuur en DVD's. Ik sprak met enige Filippino's over het Evangelie en ik wenste hun Happy Sailing en God's Blessing. Op het haventerrein gaf ik traktaten aan truckers uit Nederland, Frankrijk en Rusland. Het werd al donker toen ik de haven verliet en door het drukke verkeer kwam ik pas om 18.20 u. thuis aan.
Ik eindig met de woorden uit Jesaja 40 vers 29: "Machtelozen en vermoeiden maakt Hij sterk, de zwakken geeft Hij kracht".
Wijnie en Wim van der Leer
|